Wegen naar Insomnia
Gedichten
Poëziecentrum Gent, 1996

Wie elegieën schrijft, zegt evenveel over zichzelf als over de bron van zijn droefheid. Daarom gaan de gedichten in Wegen naar Insomnia slechts gedeeltelijk over de Russische dichteres Marina Tsvetajeva. Voor de andere helft zoeken ze woorden voor de onmacht, de woede, de wanhoop en vooral de liefde van een man, die het ongeluk begaat postuum verliefd te worden. En wie is zij eigenlijk? Een grote kunstenares die hij bewondert? Zeker. Maar evenzeer: zijn gedroomde gezellin. En vooral: de muur waartegen hij zijn hoofd kapotstoot. Het wezen waarin levensdromen en doodsangst samenvallen. In Wegen naar Insomnia rouwt een dichter om de dood van zijn geliefde. In een erotische kaleidoscoop wekt hij haar tot leven. De vraagt blijft hoe hij haar een halve eeuw na haar dood kan kennen alsof zij langdurig naast hem heeft geleefd. Het kan, door een eenvoudige ingreep in de tijd, door twee tijden over elkaar heen te schuiven. Zo worden ook hun werelden vermengd. Hoe verder ze lichamelijk van elkaar verwijderd zijn, des te inniger zijn ze aan elkaar gebonden, met elkaar vergroeid. Dank zij de taal is hun versmelting ook lichamelijk en is haar dood slechts schijn, een slaap misschien, na een tragisch, slapeloos bestaan...
Gedichten uit deze bundel
Copyright: Johan de Boose en uitgeverij Poëziecentrum