Johan de Boose

Kroniek van het vrije Rusland

Over de Russische parlementsverkiezingen

Een gewijzigde versie verscheen eerder in Knack

Op 2 december kiezen de Russen een nieuwe Doema of parlement. Drie maanden later zullen ze ook een nieuwe president kiezen, want dan loopt Poetins tweede en laatste ambtstermijn af. De verkiezingen zijn de belangrijkste sinds de val van de Sovjetunie. De parlementsverkiezingen gelden als graadmeter voor de presidentsverkiezingen. De campagne is een vrij oubollige vertoning geweest en de over de uitslag is men het eigenlijk al van tevoren eens. Wat staat er precies op het spel en hoe democratisch is het Rusland van de eenentwintigste eeuw?

Billboards van de grootste partij, ‘Verenigd Rusland’, roepen op om Poetins Plan te steunen. ‘Rechtvaardig Rusland’ vindt: Rechtvaardigheid? Daar ben ik voor! De ‘Liberaal-Democraten’ geloven dat Wat goed is voor de Russen, goed is voor allen.
Poetins Plan domineert het sloganlandschap. Niemand weet wat het precies inhoudt, maar men gaat ervan uit dat het oproept om de politiek van de afgelopen acht jaren voort te zetten, en een meerderheid vindt dat een valabel vooruitzicht. Het is zo’n gangbare uitdrukking geworden, dat een rockgroep uit Vladivostok in het Verre Oosten van Rusland een song uitbracht getiteld ‘Poetins Plan’. Die gaat zo: ‘Wij zijn een supermacht, en we maken gedane zaak met Big-Blini’s en Coca-Kwas! Waar is Europa? Geef ons een eerste-klasbehandeling! De president is content. Hij ziet Rusland als een paradijs. Poetins Plan is de top! Is dat niet hot?’
Voor de goede verstaander: ‘blini’s’ zijn Russische pannenkoekjes met heel gevarieerde vulling, ‘kwas’ is een licht alcoholisch granensap, en ‘plan’ is Russisch dialect voor marihuana.
In de loop van het afgelopen jaar heeft president Poetin het zijn tegenstanders niet makkelijk gemaakt. In de aanloop van de verkiezingen zijn de aloude despotische methoden van het Kremlin toegepast om onaangename verrassingen uit te sluiten. Anti-regeringsgezinde betogingen werden verboden of neergeslagen. Soms werd de aanstichters vlak voor het begin van de betoging opgepakt en enkele uren vastgehouden. Dat is herhaaldelijk gebeurd met voormalig schaakkampioen Gary Kasparov, een van de felste tegenstanders van Poetin, die een merkwaardig verbond zoekt tussen linkse en rechtse extremisten (waaronder Edvard Limonov van de inmiddels verboden Nationaal-Bolsjewistische Partij). Daarnaast vonden manifestaties, bijna feesten, pro-Poetin plaats. Er zijn allerlei regels ingevoerd, waardoor almaar hogere eisen werden opgelegd aan de oppositiepartijen en sommige zelfs werden uitgesloten. De democratische spelregels werden niet geschonden en alles verliep wettelijk, maar misschien deugden die wetten helemaal niet.
Niemand twijfelt eraan dat Verenigd Rusland, de partij waarvan Poetin de lijsttrekker is en die Poetins Plan lanceerde, als grote overwinnaar uit de verkiezingen zal komen. De recentste peilingen (van het Levada-centrum) gewagen van 67 procent. Als tweede wordt de Communistische Partij van Zjoeganov genoemd met 14 procent. Drie en vier zijn Rechtvaardig Rusland van Mironov en de Liberaal-Democraten van Zjirinovski, al zou het best kunnen dat zij de kiesdrempel niet halen.
Wat valt het meest op bij de verkiezingen? De Russische kiezer kan alleen op een partij stemmen, niet op individuele politici. Die worden achteraf benoemd, zodat niemand de kiezer achteraf verantwoordelijkheid verschuldigd is. In vergelijking met de verkiezingen van vier jaar geleden zijn er belangrijke ingrepen gebeurd. Alle 450 doemazetels worden toegekend op basis van een proportioneel systeem met nationale kieslijsten per partij. Vier jaar geleden werd de helft daarvan toegekend op basis van een meerderheidssyteem, waardoor onafhankelijken en kleinere partijen felle winst boekten. Bovendien is nu de minimale opkomstdrempel voor de geldigheid van de verkiezingen geschrapt, zodat de politici niet bang hoeven te zijn voor een lage opkomst. Om de versplinterde oppositie nog meer te ontmoedigen, is de kiesdrempel opgetrokken van vijf naar zeven procent. Alles bij elkaar zouden deze kleine partijen vrij veel stemmen kunnen halen, maar ze maken geen kans zolang ze elk afzonderlijk te klein blijven. Daarbij komt dat kartelvorming in Rusland niet is toegestaan, fusies mogen wel.

Rusland is een prille democratie. De huidige verkiezingen kunnen niet los worden gezien van de ontwikkeling, die het land in de afgelopen twintig jaar heeft doorgemaakt. Toen lanceerde de president van de Sovjetunie Michail Gorbatsjov de zogenaamde perestrojka (ombouw) en de glasnost (openheid). Die zorgde er enerzijds voor dat het totalitaire communistische systeem, dat sinds 1917 de plak voerde, instortte, maar anderzijds ook dat het hele land op losse schroeven kwam te staan. Gorbatsjov, Gorby voor de vrienden, werd razend populair in het Westen, hij kreeg zelfs de Nobelprijs voor de Vrede, maar in eigen land was hij persona non grata. Overigens werd zijn populariteit buiten Rusland nog aangedikt door zijn optreden in commercials van eerst Pizzahut en nu Louis Vuitton-reistassen.
Europa’s belangrijkste vertegenwoordiger in Rusland, die de hele ontwikkeling nauwgezet volgt, is Marc Franco. Hij is een economist die sinds enkele jaren aan het hoofd staat van de Delegatie van de Europese Commissie in Moskou, kortweg Europa’s ambassadeur.
Hij roept op tot waakzaamheid, maar zonder vooringenomenheid, tot kritische aandacht, maar zonder botte bemoeizucht. ‘Twee handen zijn niet genoeg in dit land,’ zegt hij. ‘Je moet een octopus zijn: elk feit dat zich voordoet, hangt samen met vele andere, die niet altijd direct zichtbaar zijn.’
De Sovjetunie was decennialang zo machtig, dat iedereen er bij ingrijpende beslissingen rekening mee hield dat een foute stap een domino-effect zou kunnen hebben. Toen die grootmacht instortte, ideologisch en economisch, werd ze opeens door het andere ideologische kamp, de vroegere vijand, met de vinger aangewezen.
‘Dat was de vernedering van het grote Rusland,’ zegt Franco. ‘De psychologie van het volk werd veronachtzaamd door leedvermaak: zie je wel, dat ons systeem toch beter was?’
Aan de ene kant triomfeerde het volk, omdat het een onoverwinnelijk systeem op de knieën had gekregen en eindelijk met kans op slagen kon uitzien naar een betere samenleving. Beter wilde zeggen: welvarender.
Anderzijds had het land als mogendheid op wereldniveau nauwelijks nog prestige. De Sovjetunie hield op te bestaan, de federatie viel uit elkaar en Rusland bleek opeens een hulpeloze reus met geamputeerde ledematen te zijn. ‘Het was erg delicaat,’ zegt Franco, ‘ook ik moest mijn taal aanpassen.’
Boris Jeltsin, die de hand tegen Gorbatsjov had durven opheffen, werd het symbool van de bedongen vrijheid. ‘Hij hief de communistische partij op,’ aldus Franco. ‘Wat betekende dat? Ten eerste: het systeem van benoemingen werd vervangen door verkiezingen. Daarvoor was geen partij meer nodig. Ten tweede: alles werd gedenationaliseerd en geliberaliseerd. Dat was Jeltsins grote wraak op de partij.’
Jeltsin was evenwel te zwak om het land uit de put te helpen. Onder zijn beleid konden de nomenklatoera, die wist waar het geld zat, en een handvol geldwolven zich in een mum van tijd verrijken. In een explosief klimaat van wetteloosheid maakten deze zogenaamde nieuwe rijken zich meester van de natie. ‘Zij hebben iedereen bestolen,’ zegt Franco, ‘en hun afrekeningen deden ze op straat.’
Het was ook de tijd waarin de communistische fundamentalisten een staatsgreep wilden plegen om de klok terug te draaien naar de tijd van de Sovjetunie, maar daarvoor was het natuurlijk al veel te laat.
Toen Jeltsin merkte dat hij geen grip meer had op zijn land, begon hij zich te gedragen als een stijve tiran. De rijkdommen werden op alle mogelijke wettige en onwettige manieren ingepikt door de zogenaamde oligarchen, terwijl de bevolking almaar armer werd. Twee keer was er een beurskrach, waardoor alle spaarders hun geld verloren. De ontgoocheling zou diepe sporen nalaten bij de generatie die de ommekeer mee had veroorzaakt. ‘Het land was diep vernederd,’ zegt Franco. ‘Velen hadden gestreden tegen het communisme, en nu kregen ze als boodschap dat ze voor niets hadden geleefd! Dat heet een demografische cohorte, die moet opschuiven, en dan komt er echt verandering.’
Op de bodem van de put gaf Jeltsin de fakkel door aan een grijze bureaucraat, die hem geschikter leek dan hij: Vladimir Poetin. ‘Poetin moest zijn: Jeltsin zonder chaos.’
Poetin had twee verdiensten. Ten eerste herstelde hij de orde. Ten tweede maakte hij van Rusland weer een natie, die meetelde op de internationale bühne. ‘Poetinisme,’ zegt Franco, ‘betekende een snel groeiende economie, met het akkoord van het Internationaal Monetair Fonds.’
Poetin krikte de economie op, deed de armoede statistisch gezien gevoelig dalen – van dertig naar twaalf procent, ‘maar,’ dixit Franco, ‘wàt is hierbij eigenlijk de norm?’ – en hij gaf zijn volk zijn zelfvertrouwen terug. ‘Het gevolg was dat er een middenklasse ontstond, die zo snel groeide dat dertigers in Rusland meer verdienden dan pakweg in België of Nederland.’
Dat hierbij de autocratie sterker en de persvrijheid kleiner werden, baarde de doorsnee Rus nauwelijks zorgen. ‘Het belangrijkste gevoel was: na alle vernederingen zullen we nu laten zien wie we zijn. Rusland werd weer internationaal gerespecteerd.’
De oligarchen, die volgens Franco ‘allemaal schurken waren’, kregen een waarschuwing: zij moesten het niet wagen zich met de politiek van het Kremlin te bemoeien. Chodorkowski werd opgevoerd als zondenbok. Hij, die ongetwijfeld bloed aan zijn handen had (‘van alle schurken was hij de grootste,’ zegt Franco), werd zelfs zonder eerlijk proces, ‘waarop hij recht had zoals iedereen’, uit de poel geschept en voor lange tijd afgezonderd in een Siberische gevangenis. Hij fungeerde zoals de afgehakte hoofden bij de poorten van middeleeuwse kastelen: wie dichterbij kwam, stond dit lot te wachten. Poetins politiek werkte.
‘De middenklasse groeide. De inkomens stegen, langzaam, om het systeem niet in een keer op te blazen. Men ontdekte het consumentisme – kijk maar naar de enorme zondagfiles richting IKEA! Men profiteert nog steeds van de hoge olieprijzen, en dat zal nog een tijdlang zo blijven. Het zal tien tot vijftien jaar duren, pakweg tot 2020, voor die zich ernstig vragen gaat stellen. Daaruit zullen KMO’s ontstaan en die zullen zich ontwikkelen tot een echte liberale partij.’
Met het herstel van de orde, de verbetering van de economie en de controle op de oligarchen nam het zelfbewustzijn en dus ook het nationale gevoel toe. Dat leidde tot nationalistische groeperingen, die behoorlijk agressief uit de hoek konden (en nog steeds kunnen) komen. De ergsten onder hen, de beweging Nasji, ‘De Onzen’ – door tegenstanders de Poetinjugend genoemd –, organiseren geregeld betogingen pro-Poetin. Zij hebben door hun jeugdigheid of hun gebrek aan degelijke vorming het minst last van een historisch bewustzijn of een kritische geest. Ze worden, net zoals de Hitlerjugend in de jaren dertig in Duitsland (vandaar de naam Poetinjugend), ingezet om de politie te assisteren bij straatoperaties. Ook nu, tijdens de verkiezingen van 2 december, is aangekondigd dat zij voor de ordehandhaving zullen zorgen. De krant Novosti (Nieuws) meldde dat ze tijdens hun landelijke activiteiten maar liefst dertig miljoen handtekeningen hadden verzameld. Sommige meetings vonden in theaters plaats, waarbij, volgens een andere krant Komersant (De Handelaar), buitenlandse pers geweerd werd. In Niezavisimaja Gazeta (De Onafhankelijke Krant) maakt Alexander Kantor, lid van de World Council of Psychotherapy, een schrijnende vergelijking tussen het huidige politieke klimaat en dat van de jaren dertig in Duitsland. ‘Als je liegt, doe het dan gròòts!’ citeert hij Goebbels. ‘De personencultus is in Rusland nog even groot als indertijd in Duitsland of in de Sovjetunie. Toen hing men enorme portretten op aan luchtballons, nu zet men borden in de straten van Moskou, waarop te lezen staat: Moskou stemt voor Poetin.’

Het medialandschap is onder Poetins beleid grotendeels in handen gekomen van Kremlingezinde krachten. In sommige gevallen werden omroepen door de staat opgekocht, maar er zijn ook gevallen bekend van verdachte moorden op mediaverantwoordelijken. Novaja Gazeta (De Nieuwe Krant, opgericht door Michail Gorbatsjov met het geld van zijn Nobelprijs) meldt dat 95 procent van prime time uitzendingen op nationale omroepen gewijd zijn aan pro-Kremlinpartijen.
‘Veel Russen hebben duidelijk laten horen: waarom moeten er zoveel verschillende versies bestaan van dezelfde feiten?’ zegt Franco grijnzend. ‘Laat het Kremlin één versie formuleren, dan is de situatie voor iedereen duidelijk.’
Dat brengt ons bij een ander heikel punt: persvrijheid. Franco noemt het: ‘een golf van positivisme en brainwashing, een conditionering tot zuiver en juist denken, een inspelen op de onderbuik’. Dat is te interpreteren als: er is hoegenaamd geen persvrijheid.
Anna Politkovskaja was niet de beste en niet de enige kritische journaliste in Rusland (zij werkte voor Novaja Gazeta), maar zij is wel de bekendste geworden in het buitenland. Voor ze werd vermoord op .. oktober 2006, genoot ze al bekendheid in het buitenland door haar boek Poetins Rusland. In Rusland kon je haar naam vaak laten vallen zonder dat iemand van haar had gehoord. De vrijheid die zij genoot, heeft ze bekocht met haar leven, al had ze haar lot misschien kunnen uitstellen door een bodyguard te nemen. Met haar naam is het verzet tegen de Tsjetsjeniëpolitiek van het Kremlin verbonden. Zij placht te onderhandelen tijdens de gijzeling in de basisschool van Beslan in 2003 en in het Doebrovkatheater in 2005. Daarbij werd ze bijna vergiftigd.
Volledigheidshalve moet hieraan worden toegevoegd dat de partijen, die zijn toegelaten tot de parlementsverkiezingen (dus ook de oppositionele), behoorlijk wat zendtijd hebben gekregen en er extra konden kopen.
De modale Rus lag daar niet wakker van. Tsjetsjenië was synoniem met terroristische dreiging, en al wat kon worden gedaan om die dreiging af te wenden, kreeg de instemming van het volk. Dat is inmiddels gebeurd: ‘Het probleem is opgelost,’ zegt Franco. ‘Er zijn open discussies geweest, zelfs met de NGO’s erbij, de mensenrechten zijn besproken, er wordt zelfs al weer gebouwd.’ De doden zijn herleid tot de statistieken van collateral damage. Vroeger heette dat: A la guerre comme à la guerre. ‘De situatie is daar nu duidelijk,’ zegt Franco, ‘tenzij Kadirov, de door het Kremlin gestuurde gouverneur van Tsjetsjenië, zich opeens ontpopt als meester-tovenaar en de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië zou uitroepen.’
Franco verwoordt het niet zo scherp, maar hij is wel duidelijk over een ding: er is in Rusland een onrustwekkende vorm ontstaan van ‘niet-ideologisch maar ook onkritisch eenheidsdenken’. Met andere woorden: zolang we er zelf beter van worden, laten we het Kremlin zijn gang gaan.
Enkele weken voor de verkiezingen heeft oud-president Michail Gorbatsjov een beweging opgezet, de Unie van Sociaal-Democraten, die opkomt voor meer transparantie en democratische vrijheid, waarmee hij suggereert dat die onder Poetin werden beknot. In een toespraak zei lichtte hij zijn beweging toe: ‘We vechten voor de macht, maar dan alleen de macht van het menselijke denken.’
Wat is Gorbatsjovs algemene indruk van de situatie?
‘Eigenlijk,’ zegt Franco, ‘voert Poetin uit wat Gorbatsjov wilde. Wie was Gorbatsjov? Hij was een verstandige communist, die zag dat het systeem zou imploderen. Hij wou de economie redden en de augiasstal uitmesten. Hij had vrijheid van mening nodig om dat te doen. Daar werd hij in gesteund. Sommigen vonden zelfs dat hij te langzaam ging, maar zoals hij ooit tegen me zei: “Ik duwde een wagen voort, die vol zat met delicate spullen. Als ik harder zou gaan, zou alles breken!” Maar wat is er gebeurd? Hij wilde een sterke partij en een vrije economie. Dat is precies wat Poetin heeft gerealiseerd, alleen niet onder het communistische vaandel.’
Of en in welke mate Europese kritiek op Russische wantoestanden steek houdt?
‘Ja,’ zegt Franco, ‘we lopen weliswaar achter de dingen aan, we houden ons soms bezig met zaken die voor de Russen onbelangrijk lijken, maar we moeten dat blijven doen. Dat is de waakvlam, die later de boiler zal moeten aansteken. Dat is het maatschappelijk democratisch geweten.’
Al bij al is het duidelijk, dat de Russische politieke situatie na de verkiezingen geen wezenlijke veranderingen zal ondergaan. De wereld zal Poetins naam minder vaak horen (al mogen de aanhangers gerust wezen: hij blijft alomtegenwoordig) en ze zal moeten wennen aan nieuwe Russische namen (hopelijk even makkelijk uit te spreken als Lenin, Stalin en Poetin), maar verder staan er voorlopig geen historische wijzigingen van het politieke program op de agenda. De parlementsverkiezingen gelden als een soort referendum voor het vertrouwen in Poetins Plan. De president zei letterlijk dat een overtuigende verkiezingszege van Verenigd Rusland hem ‘het morele recht’ zal verschaffen om invloed in de Russische politiek te behouden.

© Johan de Boose